This is some text inside of a div block.
Close
4/3/2020

Interview met Anne Leeflang van Noaberbijen

Om goed te leven hebben bestuivers voldoende, gevarieerd en gifvrij voedsel nodig. Ook nestelplekken zijn belangrijk. Wij willen graag dat zoveel mogelijk mensen dit weten, maar ook dat hiervoor actie ondernomen wordt. Daarom zetten we graag lokale initiatieven in het zonnetje. Vandaag spreek ik met Anne Leeflang, sociaal veranderkundige, projectmanager van het grootste grassroots natuurfestival Fête de la Nature en oprichter van het buurtproject Noaberbijen in het Gelderse Geesteren. Anne is gebiologeerd door bijen, kruiden, voedsel en het belang van een gezonde bodem. 

Hoi Anne, jij bent een aantal jaar begonnen met het buurtproject: Noaberbijen in Geesteren. Kun jij mij vertellen wat het project inhoudt en wat Noaber nou eigenlijk betekent?

Noaber is een nabuur. Dit was ook nieuw voor mij vier jaar geleden. Ik ben toen namelijk van Den Haag naar de Achterhoek verhuisd met mijn hele familie. Het idee was om meer met de natuur, met mijzelf en met mijn voedsel in verbinding te komen, maar ook met elkaar en dus met mijn buren.

Ik had al een imkercursus gevolgd bij de Triodosbank. Ik was zeer enthousiast, maar in Scheveningen was geen plek voor de bijen en in de Achterhoek was daar wel plek voor.

Mijn wens was om een voedselbos of voedselkruidenbos op te zetten. En toen kwam ik dus in een noaberschap terecht oftewel een nabuurschap. Ik woon echt op het platteland en het buurschap is hier een oud sociaal-cultureel systeem waarbij buren elkaar helpen. Ik kreeg toen de bijen hier, maar er bloeide hier maar weinig voedsel voor de bijen. Toen dacht ik: goh, ik moet hier iets aan doen, kan ik er geen geintje van maken met mijn buren? Ik heb mijn buren toen gevraagd of ze een stukje land hadden om in te zaaien voor de Noaberbij zodat de bijen bij hen op bezoek kunnen komen.  

Hoe is het project toen verlopen? 

Het eerste jaar ging best goed. We hebben toen drieduizend vierkante meter ingezaaid. 

Dat deed ik omdat ik het nodig vond. Maar vanuit daar ging ik verder met andere boeren om te kijken of ze hun kuil, dat is waar ze het voedsel van de koeien in opslaan, konden inzaaien. Daar heb ik toen een Pollinator-actie van gemaakt en daar hebben ook wat boeren gebruik van gemaakt. Toen ben ik benaderd door de Agrarische Natuur Vereniging. Zij kwamen met de vraag of ik projectleider wilde worden van een zonnebloemproject. En zo gaat het met eigenlijk al mijn werk hier, van alles wat ik op het land doe, krijg ik uiteindelijk weer klussen. Ik wil dingen doen die ik waardevol vind in het leven. Het begon allemaal met iets wat ik vrijwillig heb gedaan, zoals de Noaberbij. Dat doe ik omdat ik dat belangrijk vind en niet omdat ik er geld voor krijg. Nu komen er andere dingen uit waardoor ik uiteindelijk toch geld kan verdienen. En als je dan iets doet wat je belangrijk vindt, komt het wel goed op de een of andere manier.

Hoe was de samenwerking met de boeren in het noaberschap?

Je hebt een relatie met elkaar, dus het is ook goed dat er verschillen zijn. Boeren zitten behoorlijk in de knel. Ze hebben geïnvesteerd in een systeem dat niet meer haalbaar is en ze doen het vaak ook alleen. We hebben een ander relatie met de natuur nodig. Het heeft dus heel weinig zin om met een wijzend vingertje te zeggen dat iemand het niet goed doet. Maar het werkt pas als je van mens tot mens met elkaar praat. 

Ik heb heel veel vragen en ik heb niet altijd de antwoorden. Maar ik probeer vooral voor mezelf terug te spiegelen: hoe ga ik om met diversiteit? Hoe belangrijk is diversiteit in een systeem? Want dat maakt het veerkrachtig. Het gaat om de mens en de natuur. 90 procent van onze samenleving is daar gewoon niet en dus ook niet alle boeren. Het begint daarom met het eerste stapje. Met dit project kunnen we langzaam bouwen naar die omschakeling. Maar ondertussen gaat de biodiversiteit achteruit en ik ben dus opzoek gegaan naar de ruimte in het bestaande systeem en ook bij de boeren. Er is dus een grote wens, ook vanuit de boeren. Als er maar ruimte en een vergoeding voor is. 

Je had het over het project Zonnebloemlint waar je projectleider van bent. Kan je daar meer over vertellen?

In 2018 is het project gestart vanuit een lokale afdeling van Land- en Tuinbouworganisatie Nederland. Daar kregen enkele boeren met elkaar het idee om iets te gaan doen met zonnebloemen. Dit idee is opgepakt en met subsidie van de gemeente Lochem is er een start gemaakt. Tijdens het eerste pilotjaar namen 10 boeren deel en dat leverde een lint van 5 kilometer zonnebloemen op. Zonnebloemen zijn door hun kleur, nectar en stuifmeel een aantrekkelijk gewas. Niet alleen aantrekkelijk voor bijen, insecten, vlinders en vogels, maar ook voor de mens. In 2019 is het project opgeschaald naar maar liefst 45 agrariërs die samen 25 kilometer zonnebloemen hebben gerealiseerd. We zijn nu een crowdfunding gestart op onze website zodat wij en de bestuivende diersoorten in 2020 weer kunnen genieten van de zonnebloemlinten langs de velden. 

Anne, je bent nogal een bezige bij! Afgelopen zomer heb jij je namelijk ook gefocust op de processierups, wat heb je gedaan en hoe ging dat?

In de Achterhoek staan heel veel eikenbomen. Voor mijn huis staan ook eikenbomen van ongeveer 250 jaar oud. Toen ik vier jaar geleden heel erg bezig was met bijen en de gezondheid van het land, zag ik op een dag een wagen voor mijn huis staan met een soort kanon. De wagen was spul  over de bomen heen aan het spuiten, maar dus ook over mijn land. Dus ik dacht: wat gebeurt hier nou? Ik heb toen gevraagd wat ze aan het doen waren. Het bleek ter bestrijding van de eikenprocessierups te zijn. Ik heb me daarin verdiept. En toen dacht ik: dit is niet de manier waarop je het moet doen. Het gif dat ze gebruiken was zogenaamd biologisch afbreekbaar, maar het is en blijft heel chemisch en het maakt geen verschil in wat voor organisme het aanpakt. Want het ziet niet of het de processierups is of een nachtvlinder of een ander soort dier. We weten ook niet wat dat spul doet met alle bacteriën die leven op een boom. Na het tweede jaar ben ik met de gemeente in gesprek gegaan. Ik wilde die wagen niet op mijn land en mijn voorstel was om een pilot van drie jaar uit te voeren. 

De enige kansen voor echte meerderjarige inheemse biodiversiteit liggen hier in de gemeentelijke bermen, en juist die worden grootschalig bespoten met dat spul. Dat vond ik heel heftig. Dus ik dacht, als er niet meer wordt gespoten en ik ervoor zorg dat er meer biodiversiteit komt, dan is er dubbele winst! 

Wat was uiteindelijk de oplossing?

Ik heb groot ingezet op ander beheer van de bermen. Een onderdeel daarvan was veel minder maaien. Fluitenkruid wordt bijvoorbeeld veel gemaaid voor de veiligheid, omdat gemeenten het vaak te hoog vinden. Maar de plant trekt wel bepaalde zweefvliegen aan die nou net de natuurlijke vijanden zijn van de processierupseitjes. Bij eikenbomen doen ze iets soortgelijks. De boom wordt opgeschoren. Een eikenboom is eigenlijk tot aan de grond begroeid met takken. Maar voor de veiligheid voor bijvoorbeeld auto’s, wordt de bast van de boom glad gemaakt. Toen heb ik gevraagd of er in ieder geval de achterkant en zijkant met rust gelaten kon worden. Op deze manier was er weer beschutting voor vogels en insecten. Daarnaast heb ik een vleermuiskelder gebouwd, want vleermuizen eten de nachtvlinders op die eerst de eikenprocessierups was. 

Was de pilot succesvol?

We hebben net het tweede jaar achter de rug. Een aantal buren waren niet erg blij, maar we hadden beloofd dat als er nesten waren, deze weggehaald zouden worden. Maar voor mijn onderzoek was dat niet erg interessant, omdat we juist wilden kijken of de natuur de nesten zelf op kon ruimen. Toen was er ineens een explosie van eikenprocessierupsen in de gemeente. In heel het land was het zelfs verdrievoudigd. De bestrijding was namelijk fout gegaan en er was geen ruimte om de nesten op te ruimen. De druk van de eikenprocessierups en de nesten waren groter geworden, maar bij mij was het afgenomen. Nu komen er andere buren naar mij toe dat het wel echt werkt. 

Kunnen mensen dit ook zelf doen?

Het is lastig, want veel is gemeentelijk. Die zomereik is een van de grootste biodiversiteitsmotoren van ons inheemse ecosysteem. Het gaat een relatie aan met ik geloof 1100 organismen. Dat gaat over schimmels maar ook over bacteriën, beestjes, vogels en insecten. Deze zijn super waardevol. Wat er veel gebeurt is dat gemeenten bepaalde klimopsoorten uit de bomen halen terwijl die heel belangrijk zijn. Er zijn namelijk bepaalde kevers die de processierups opeten voordat ze die haartjes ontwikkelen. Maar de kever kan niet drie of vier meter op die gladde bast klimmen zonder enige beschutting om die rups op te eten. Het is dus belangrijk om die klimmers veel beschutting te geven zodat ze in die boom terecht kunnen komen. Natuurlijke balans kost ook tijd. Ik had een groot nest in de eik zitten boven mijn deur en juist toen we die weg wilden halen, zaten er boomkevers in die boom. Die hebben dat nest toen helemaal leeggehaald. Geen rups meer te zien. We mogen best wel wat meer vertrouwen hebben in de natuur en de beestjes.

Anne, heb je nog tips voor mensen thuis die wat in de winter willen doen voor de bijtjes en biodiversiteit in eigen tuin?

Echt de hoekjes in de tuin, grote gedeeltes rommelig laten. Laat juist alle bladeren en dode stengels liggen. Daar gaan insecten bijvoorbeeld in overwinteren. En de grond goed bedekken met bladeren bijvoorbeeld. Hoe beter de grond bedekt is, hoe beter voor al het leven in de grond. Voor regenwormen is het bijvoorbeeld een extra dekentje voor de winter.  

Om meer te weten te komen over waar Anne Leeflang mee bezig is, kun je kijken op: http://www.anneleeflang.nl

Voor meer info over de crowdfundingactie voor de Zonnebloemlint kan je kijken op: https://zonnebloemlint.nl/product/zonnebloemlint/.


Of schrijf je in op onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte van onze acties voor bijen en andere bestuivers!

Yes, ik wil de nieuwsbrief

Blog