3 juni 2026
Brandnetels: geen hardnekkig onkruid, maar een vlinderparadijs!
De brandnetel staat voor veel mensen bekend als hardnekkig onkruid die je liever kwijt dan rijk bent. Toch verdient de brandnetel dit slechte imago niet. Achter die stekende bladeren schuilt namelijk een van de belangrijkste planten voor vlinders.
slechte reputatie, goede intenties
De Latijnse naam Urtica, de wetenschappelijke naam voor de brandnetelfamilie, komt van het Latijnse woord voor ‘steken’. De brandharen beschermen de plant tegen grote planteneters. Toch zijn er verrassend veel insecten die zich daar niets van aantrekken. Voor hen is de brandnetel juist een veilige plek om te leven, eten en zich voort te planten.
Het is namelijk een fantastische waardplant. Dit is een plant waarop o.a. vlinders hun eitjes leggen en waarvan de rupsen leven. Naast voedsel biedt de brandnetel ook goede beschutting. De dichte vegetatie beschermt tegen roofdieren en extreme weersomstandigheden. Zonder brandnetel kunnen de rupsen van verschillende soorten vlinders simpelweg niet overleven.

tientallen vlindersoorten kunnen niet zonder
In Nederland komen twee brandnetelsoorten voor, de grote brandnetel (Urtica dioica) en de kleine brandnetel (Urtica urens) en zijn enorme ecologische waarde. Er zijn vijf dagvlinders die de brandnetels als waardplant hebben: de atalanta, dagpauwoog, kleine vos, gehakkelde aurelia en het landkaartje. Daarnaast gebruiken ook tientallen nachtvlinders de brandnetel als waardplant, zoals de brandnetelmot en verschillende uiltjes.
Brandnetels zijn bovendien windbestuivers. Ze hoeven dus geen opvallende bloemen te maken om insecten aan te trekken, hun waarde voor insecten zit volledig in hun rol als voedsel- en waardplant.

Een plant met vele kanten
Hoewel deze vlinders allemaal afhankelijk zijn van brandnetels, gebruiken ze de plant ieder op hun eigen manier en hebben ze hun eigen voorkeur van de groeiplaats. Veel vlindersoorten kunnen hun waardplanten visueel herkennen, maar om doelmatig te zoeken, oriënteren ze zich tijdens het leggen van eieren op landschapsstructuren en vegetatiepatronen waarin de waardplant is te vinden.
De dagpauwoog legt vaak honderden eitjes tegelijk in grote clusters op zonnige brandnetels. De rupsen spinnen zijdeachtige draden over de brandnetels als ze zijn uitgekomen. De kleine vos legt ook haar eitjes in clusters, maar in kleinere groepen. Soms leggen zelfs meerdere vrouwtjes tegelijk eitjes op dezelfde plant en kennen in hetzelfde jaar twee of drie generaties aan nieuwe vlinders.

Het landkaartje pakt het subtieler aan: de eitjes worden als kleine torentjes onder een blad gehangen. Het liefst zoeken ze brandnetels die in de omgeving staan van bomen en struiken. Die slechts een deel van de dag in de zon staan, want in alleen schaduw leggen zij geen eitjes. De atalanta legt haar eitjes juist afzonderlijk op de bovenzijde van het blad, waardoor ze lastig te vinden zijn. Ook de gehakkelde aurelia legt losse eitjes, vaak aan de rand van een blad. De rupsen van deze dagvlinder zitten vrijwel altijd onder struiken en bomen.
Een brandnetelvriendelijke tuin
Plant de brandnetel in een pot!
De brandnetel is dus een geweldige plant en een rasechte bestuiversboost, maar kan lastig zijn in de tuin doordat het snel gaat woekeren. Dit kun je voorkomen door de brandnetel in een pot te planten. De ondergrondse wortelstokken kunnen dan geen kant op. Wil je ook meteen de jeuk voorkomen? Plant dan hondsdraf, smalle weegbree of grote weegbree. Deze planten groeien vaak naast brandnetels en het gekneusde blad hiervan kan de pijn verlichten als die over de wond wordt gewreven.
Wil je atalanta’s of gehakkelde aurelia’s aantrekken, dan kunnen enkele grote potten al genoeg zijn. Voor soorten zoals dagpauwoog en kleine vos is meer nodig: zij hebben grote, dichte brandnetelvelden nodig om succesvol rupsen groot te brengen. Waardeer het “onkruid”! Dat is gewoon supernatuur.
